De start van een nieuwe bloeiperiode, onder meer doordat na de gemeente Hoogeveen al snel meerdere gemeenten SportDrenthe wisten te vinden voor de coördinatie en uitvoering van de Breedtesportimpuls (BSI) van het ministerie van VWS en later ook de BOS-impuls (Buurt, Onderwijs, Sport). De provincie ging zich in deze periode ook weer nadrukkelijker bezighouden met sport en gezond bewegen. De ervaringen met een meer zakelijke relatie die SportDrenthe met gemeenten onderhield, kwam uitstekend van pas toen de provincie ook steeds meer op prestaties ging aansturen in plaats van budget beschikbaar te stellen.

Hieronder kunt u lezen hoe deze fase er uit heeft gezien.

In het jubileumboek kwamen de bestuurs- en directieleden en oud-medewerkers aan het woord. Hun verhalen leest u hier:

Anneke Haarsma | Provinicale bestuurder “Bouwen aan prima toekomst”

Ryan Schepers | Voorzitter “SportDrenthe enthousiasmeert”

Hans de Lang | Directeur “SportDrenthe verveelt nooit”

Alid Pasveer | Medewerker “Jongeren zijn de toekomst”

Esther Witte | Medewerker “Geen dag is hetzelfde”

Anne Prins | Medewerker “Alles komt samen bij een vereniging”

Hans Leutscher | Medewerker “Iedereen kan bewegen”

Nieuwe kansen

Acties als ‘Hart voor sport, oog voor vrijwilligers’, het maken van een campagneplan 1997-2000 en de start daarvan vroegen veel van de energie van het handjevol medewerkers. STAMM Sport wilde sportverenigingen ondersteunen bij het opzetten van een structureel vrijwilligersbeleid. Redenen daarvoor waren er voldoende:

96% van de verenigingen zegt niet zonder vrijwilligers te kunnen.
37% van de verenigingen heeft een nijpend tekort aan vrijwilligers.
52% van de verenigingen vindt dat het steeds moeilijker wordt vrijwilligers te vinden.

Moeilijker was het voor STAMM Sport om positieve resultaten te boeken. “Sportverenigingen zijn millenniummoe”, zo luidde het eindoordeel van een HEAO-studie naar aanleiding van de vraag waarom verenigingen zo weinig gebruikmaken van de ondersteuningsmogelijkheden die aangeboden worden. Conclusies die door de studenten werden getrokken, waren onder andere:

  • Veel verenigingen zijn er niet van op de hoogte dat ze met knelpunten bij een ondersteuner terecht kunnen.
  • Veel verenigingen denken ook dat het wel goed gaat.
  • Verenigingen willen toch wel graag een regionaal/lokaal steunpunt.

Er was voldoende extra aanleiding om STAMM Sport een eigen, herkenbare identiteit te geven. Dat gebeurde definitief op 1 augustus 1998, toen STAMM Sport als SportDrenthe in Hoogeveen neerstreek. H. (Hans) de Lang werd directeur en met hem moesten zeven medewerkers de kar trekken. SportDrenthe kon opnieuw beginnen. Het elan dat aan de dag werd gelegd was bijna weer een garantie dat de organisatie zou kunnen uitgroeien tot een omvang die zij in zijn beste dagen had gekend. Het zou ook de periode worden van activiteitennota’s en –overzichten. Want met name de provincie wilde een degelijke verantwoording voor de rol die zij veel nadrukkelijker dan voorheen wilde laten spelen door SportDrenthe. De gebruikelijke jaarverslagen verdwenen en maakten plaats voor minutieuze werkoverzichten.

In beweging

‘SportDrenthe zet mensen in beweging’ was in 1999 het motto waaronder de organisatie “zoveel mogelijk mensen in de Drentse maatschappij moest stimuleren om op een of andere wijze, op een verantwoorde manier, aan sport en sportieve recreatie deel te nemen.” Er waren activiteiten genoeg die tot het gewenste doel zouden kunnen leiden. En ook de relaties waarmee samenwerking kon worden gezocht waren in voldoende mate voor handen: provincie Drenthe, NOC*NSF, sportbonden, gemeenten, lokale sportbundelingen, verenigingen, kader, scholen, bedrijven, et cetera.

Ook in de jaren daarna waren met name de overheden (rijk, provincie en gemeenten) aan zet om de inwoners van, in dit geval, de provincie Drenthe te stimuleren om op verantwoorde wijze aan sport te doen. “Maatschappelijke relevantie staat voor de provincie voorop”, was de boodschap die de provincie Drenthe aan SportDrenthe meegaf. Sociaal-maatschappelijke doelen waren belangrijk en dus besteedde SportDrenthe binnen de inmiddels ingevoerde budgetsubsidiëring volop aandacht aan participatie en integratie van achterstandsgroepen zoals gehandicapten, allochtonen, ouderen en chronisch zieken. Voor ondersteuning van de bestaande sportinfrastructuur, de georganiseerde sport, waren aanvankelijk gelden van het IOS beschikbaar.

Netwerk in de sport

In 2000 bestond het personeelsbestand van SportDrenthe uit 6 vaste medewerkers. Daarnaast hadden 8 medewerkers een contract voor bepaalde tijd. Het bestuur bestond uit de L.H. Eising (voorzitter), W. Timmer (penningmeester), P. van der Spek, M. Dijkman en later M.G. Schepers. Nieuwe activiteiten in dit jaar waren gezamenlijke initiatieven van de provinciale sportraden in het kader van ‘Netwerk in de sport’, met als voornaamste doel ondersteuning en advisering van verenigingen op het gebied van arbeidsaangelegenheden. Aanleiding voor dit initiatief was de steeds grotere bewustwording van verenigingen dat zij maatschappelijke partners waren geworden. Onderdeel van de netwerkactiviteiten was ook de zogenaamde Sportmonitor, een doorlichtingmethode voor sportverenigingen. Ook de provincie steunde deze werkzaamheden omdat daarmee een algemene kwaliteits- en kwantiteitsverbetering in relatie tot een grotere continuïteit van het vrijwillig kader zou kunnen worden bereikt.

SportDrenthe was zich er terdege van bewust dat goed communiceren van wezenlijk belang is voor het gestalte geven van beleid. Daarom werd in dit jaar ook een 22 pagina’s tellend communicatieplan 2000-2004 geproduceerd dat “goed overdacht is en daarom als belangrijk hulpmiddel moet worden gehanteerd.” In deze periode ontstonden overigens ook nogal wat vacatures, hetgeen directeur De Lang deed verzuchten: “Het wordt steeds moeilijker om bij de huidige arbeidsmarkt en de huidige salarissen bij SportDrenthe mensen vast te houden.” Toch was deze minder positieve ontboezeming geen aanleiding om bij de pakken neer te gaan zitten. Integendeel, nieuwe uitgangspunten bepaalden de werkwijze van SportDrenthe en die leverde ook meer mogelijkheden op. De uitgangspunten werden in november van het jaar door De Lang gepresenteerd:

  • Er gaat meer geld van het rijk naar de provincie en gemeenten.
  • We moeten ons laten sturen door ‘klanten’.
  • Verenigingsondersteuning en sportstimulering zijn de hoofdgroepen.
  • We hebben al een voorsprong, deze moet verder worden uitgebouwd.

Intentieverklaring

Voldoende ‘stof’ om ook in 2001 aan de weg te timmeren. En dat gebeurde dan ook. Vooral de discussie over de verhouding tussen SportDrenthe en NebasNsg (ontstaan uit een de fusie tussen Nebas en NSG) bracht de tongen in beweging, maar er lag aan het einde van die gedachtewisseling wel een intentieverklaring tot blijvende samenwerking waarbij NebasNsg een beroep zou kunnen doen op SportDrenthe.

Er kwam ook een activiteitenoverzicht ten behoeve van de gehandicaptensport, mede ingegeven door het provinciale bestuursprogramma 1999-2003, dat wilde investeren in de sport voor achterstandsgroepen en gehandicapten. Samenwerking met NebasNsg, gemeenten, instellingen, scholen en medici was daarom van essentieel belang. Om verenigingen en gehandicapte sporters te bereiken zag het blad Sport-Wijs het levenslicht.

Andere activiteiten die in die periode werden ontvouwd waren het ‘open’ NK atletiek voor gehandicapten (met deelnemers uit 35 landen), de organisatie van het Harm Wiegman Jeugdsportweekend, activiteiten gericht op ex-hartpatiënten, integratieprojecten van gehandicapten en jeugdsportaanbod voor kinderen met een motorische achterstand.

Het jaar 2001 bleek in alle opzichten een productief jaar te zijn door de vele nieuwe initiatieven. Voor het eerst werden de geleverde prestaties ook ‘gemeten’ door middel van ‘indicatoren’, een beoordelingssystematiek. Dat de organisatie opnieuw een andere identiteit uitstraalde bleek ook wel uit het feit dat voor het eerst werd gesproken over ‘klanten’ en ‘klantenbinding’. Ook werd vastgesteld dat SportDrenthe een commerciëlere houding nodig had om goede prestaties te kunnen leveren. In dat kader was het ook niet zo vreemd dat begrippen als ‘accountmanagers’ en ‘productmanagers’ in de organisatie hun intrede deden.
Het nieuwe tijdperk werd tevens gekenmerkt door het aanpassen van de huisstijl en het invoeren van flexibel werken. Dat laatste was nodig omdat het structurele budget werd ingeruild voor de ‘wisselende’ markt, die vroeg om een flexibele inrichting van de organisatie. Toen in het voorjaar van 2001 in het kader van nieuw provinciaal beleid voor cultuur, welzijn en zorg, verwoord in de nota ‘Schaduwen vooruit’, veel werk op SportDrenthe af kwam, ontstond de behoefte aan extra capaciteit.

BSI-projecten

In een paginagrote advertentie werden medewerkers gevraagd voor niet minder dan acht vacatures. Er waren veel reacties: 200 telefonische en niet minder dan 400 schriftelijke. De uitbreiding van het personeelsbestand had vooral te maken met de activiteiten in het kader van het meerjarenbeleid Breedte Sport Impuls (BSI) -stimulering sportdeelname-, die in samenwerking met de Drentse gemeenten moesten worden ontwikkeld. De consequentie was overigens dat door de uitbreiding van het personeelsbestand gezocht moest worden naar een ruimere huisvesting.

Die werd gevonden aan de Eisenhowerstraat in Hoogeveen. Dit pand werd op 1 maart 2002 betrokken. Daar konden de medewerkers pas goed aan de slag met onder meer het BSI-project, waarvoor zich in eerste instantie zes gemeenten meldden. Naast deze werkzaamheden vroegen met name ook de activiteiten gericht op sport en bewegen van 55+-ers de aandacht.

Speerpunt van het beleid was evenwel het BSI-project. In negen van de twaalf Drentse gemeenten (Hoogeveen, Meppel, Borger-Odoorn, Tynaarlo, Midden Drenthe, Noordenveld, Westerveld, Assen en De Wolden) speelde SportDrenthe een (ondersteunende) rol. Al leverden die contacten niet in alle gevallen direct een contract op. Emmen, Coevorden en Aa en Hunze hielden vooralsnog enige afstand of zagen af van ondersteuning door SportDrenthe.

Olympisch Steunpunt

De verhuizing naar de Eisenhowerstraat in Hoogeveen betekende een grote vooruitgang voor SportDrenthe en die werd ‘den volke’ met een open huis op 13 juni 2002 getoond. Bij die gelegenheid werd tevens het nieuwe logo van SportDrenthe gepresenteerd en werd bekendgemaakt dat SportDrenthe als Olympisch Steunpunt Noord Nederland (OSNN) zou functioneren. De explosieve groei van het aantal opdrachten noodzaakte de organisatie ook intern tot aanpassingen.
Intussen zat ook de provincie Drenthe niet stil. Kwam er in het voorjaar van 2002 al 113.000 euro extra beschikbaar ten behoeve van het BSI-project, halverwege het jaar kwam de provincie met een stimuleringsregeling voor het organiseren van topamateursportevenementen. Het ging tot 2005 om een bedrag van 23.000 euro per jaar. SportDrenthe kon ook op dat project inschrijven.

Basis voor volgende jaren

De ontwikkelingen in 2002 vormden de basis voor activiteitenplannen voor volgende jaren. Halverwege 2002 werd al duidelijk dat SportDrenthe goed scoorde met het BSI-beleid. Niet minder dan 108 deelprojecten moesten worden uitgevoerd en met de gemeente Hoogeveen werd zelfs een langjarig contract afgesloten. Dit project diende tevens als pilotproject. In Hoogeveen hadden 48 verenigingen meegewerkt aan het BSI-project, terwijl 250 telefoontjes een goed beeld opleverden van de sportdeelname van inwoners van Hoogeveen. De rapportage die in 2002 werd gemaakt van de verrichte werkzaamheden maakte duidelijk dat SportDrenthe veel dingen op de rails had gezet. Daarvan te noemen zijn:

  • Sport Monitor Drenthe: een onderzoek naar problemen bij verenigingen.
  • Het ontwikkelen van het Sportservicepunt Drenthe.
  • Verenigingsondersteuning: ondersteuning op het gebied van beleid, management, sociale hygiëne, et cetera.
  • Sporttechnisch kader: met drie bonden konden afspraken worden gemaakt over organisatie opleidingen. Ook werd een begin gemaakt met het opzetten van een vacaturebank.
  • Stimulering sportdeelname.
  • WhoZnext (voor en door jeugd), sport en kinderopvang, vliegende vakleerkracht (onderwijsproject).

De provincie Drenthe toonde zich tevreden met de ontwikkelde activiteiten door SportDrenthe. Concurrentie van andere organisaties had SportDrenthe vooralsnog niet. Toch deed de opmerking “nee, wij zijn uniek” de organisatie niet op haar lauweren rusten. Integendeel, het bestuur van SportDrenthe schatte de maatschappelijke betekenis van sport goed in en vond dat de gezondheidscomponent aan de statuten zou moeten worden toegevoegd. Sport alleen was volgens het bestuur niet meer voldoende. Dat het bestuur zich ook op andere fronten ‘bij de tijd’ toonde, kon worden afgeleid uit de discussie die werd geïnitieerd om het bestuur te vervangen door een Raad van Commissarissen. Het zou de slagkracht van de organisatie moeten vergroten. Het duurde nog tot 1 januari 2004 alvorens de Raad van Commissarissen als nieuwe bestuursvorm werd geëffectueerd.

Eigen website

Het was duidelijk dat de naamsbekendheid van SportDrenthe groeide en daarom mocht het geen verwondering wekken dat ook aan de ‘PR’ de nodige aandacht werd besteed. Zo kwam in november het voorstel op tafel om alle door de organisatie uitgegeven nieuwsbladen te restylen of nieuwe bladen in het leven te roepen. Het ging daarbij onder andere om de algemene nieuwsbrief, Sport-Wijs, Nieuwsbrief 50+ en het Clubblad. Nieuw waren de plannen om per 1 januari 2003 een eigen website te lanceren.

Voor zoveel mogelijk inwoners

De organisatie van het EK atletiek voor gehandicapten was een markant moment in het jaar 2003. SportDrenthe sloot een sponsorovereenkomst met de EuroChamp Foundation voor het beschikbaar stellen van menskracht en materiaal ten behoeve van de organisatie van het kampioenschap, waarmee Drenthe en Assen andermaal stevig op de kaart werden gezet. Intussen waren ook met de provincie Drenthe nieuwe afspraken gemaakt. SportDrenthe zou door de provincie worden beoordeeld op prestaties die zouden worden geleverd op de volgende terreinen: de Breedte Sport Impuls (BSI), stimulering sportdeelname door jongeren en multiculturele samenleving en sport.

Een intern communicatie-/relatiemarketingplan zou aan de verdere ontwikkeling van SportDrenthe een extra impuls moeten geven. De missie die dit plan uitdroeg luidde: “Het stimuleren van zoveel mogelijk inwoners van Drenthe om op verantwoorde wijze sport, in de ruimste zin, te beoefenen of daarbij betrokken te zijn.”

Kleine domper bij het realiseren van alle ambities vormde de mededeling van de provincie dat er voorlopig geen sprake zou kunnen zijn van een structurele invulling van ontstane vacatures. Dat had te maken met de bezuinigingen die het ministerie van VWS voor de komende jaren aankondigde. Wel zegde het ministerie toe dat de BSI buiten de bezuinigingen zouden vallen, ook al zouden de gemeenten door de bezuinigingen minder geld te besteden hebben.

Overigens werden in 2003 ook nieuwe ambities aangekondigd: het jaar 2004 zou de geschiedenis in moeten gaan als Europees jaar van ‘Opvoeding door Sport’. Er kwamen subsidies beschikbaar om de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en sportorganisaties aan te moedigen, om zo meer profijt te kunnen trekken uit de educatieve waarde van de sport.

Wens Provinciale Staten

In 2004 kwamen daar weer andere beweegacties bij zoals, FLASH, een afkorting voor Fietsen, Lopen, Actiemomenten en Sport Huishoudelijke werkzaamheden. Bij de introductie van deze actie in april gaf schaatsgrootheid Renate Groenewold acte de présence. Ook de betrokkenheid bij het TVM Sportgala Drenthe, waar de beste sporters en sportploegen van het jaar bekend worden gemaakt , is zo’n nieuwe activiteit waar SportDrenthe veel eer mee inlegt.

Positieve geluiden dus en daarom deed het verrassend aan dat het lid van Provinciale Staten, P. (Peter) Sluiter, zich in het Dagblad van het Noorden afvraagt: “Staat SportDrenthe nog wel met beide voeten in de grond? Wat merken verenigingen eigenlijk van de organisatie?” SportDrenthe-directeur De Lang trekt zich de kritiek aan en wil een gesprek met het statenlid. Op 14 april van dat jaar ‘rehabiliteert’ SportDrenthe zich. Wel belandt in dezelfde periode een wens van Provinciale Staten op het bureau van de directeur van SportDrenthe om in het vervolg zakelijker, meer vraaggericht en resultaatgericht te werk te gaan. Het nieuwe subsidiebeleid, dat per 1 januari 2005 van kracht zal worden, ademt die wens. Het heeft weer te maken met bezuinigingen, die ook SportDrenthe treffen. De Lang was ook voor die maatregel niet zo bang: “Het gaat om 50.000 euro, die wij op een andere, creatieve manier wel zullen weten binnen te halen”, aldus de SportDrenthe-directeur, die naderhand tevreden kan zijn over de consequenties van die bezuinigingsoperatie. “Er is flexibele ruimte”, zo stelde De Lang vast. Hij voelt zich in zijn opvattingen gesterkt door de opstelling van de Drentse gemeenten, die in SportDrenthe dé ondersteuner voor hun sportbeleid zien.

Met Klas op Wielen probeert SportDrenthe schoolklassen informatie te geven over het omgaan met een beperking.

Bezuinigingen bij de NebasNsg

In de Raad van Commissarissen van SportDrenthe hadden zich inmiddels wijzigingen voorgedaan. Voorzitter Eising was vervangen door drs. M.G. (Ryan) Schepers en de penningmeester Timmer werd opgevolgd door ing. C.W.Th.G. (Cor) Peer. Mr. J.H. van der Laan bleef zitting houden als lid. Eising had inmiddels de functie van financieel medewerker van SportDrenthe aanvaard. In die functie maakte hij kennis met de bezuinigingen van NebasNsg. Vervelend voor SportDrenthe omdat de samenwerkingsovereenkomst zou worden opgezegd. NebasNsg gaf te kennen met een eigen regionale accountmanager verder te willen en geen uitbesteding van werkzaamheden meer te ambiëren.

Wel stelde de bond een vorm van samenwerking en afstemming met de sportraden op prijs. Die mededeling kwam met name hard aan bij het lid van de Raad van Commissarissen, P. van der Spek, die weliswaar op persoonlijke titel in de raad zat, maar eerder jarenlang als vertegenwoordiger van NebasNsg, district Drenthe, bestuurslid was van de DSF en SportDrenthe. Toch had zijn aftreden in 2005 niets te maken met de opstelling van NebasNsg. Zijn derde ambtstermijn zat er op en dus trad hij af als bestuurslid, J. (Jan) Rijpstra werd zijn opvolger.

SportDrenthe had intussen te maken met een gedeeltelijke afbouw van het BSI-project, waarvan het subsidieregiem eerder al was gewijzigd door het ministerie van VWS. In plaats daarvan kwam het door de overheid gesubsidieerde BOS (Buurt Onderwijs Sport)-project, bedoeld voor jeugd van 4-19 jaar met een achterstandssituatie zoals overgewicht of bewegingsarmoede. Samen met het NOC*NSF, Hanze Instituut voor Sportstudies (HIS), Drenthe College, STAMM, NISB, GGD Drenthe en de provincie Drenthe moest SportDrenthe invulling geven aan dit nieuwe initiatief, waarvoor gemeenten hun interesse konden laten blijken. SportDrenthe is nog altijd zeer betrokken bij dit initiatief.

Bestuurlijk zijn er in deze periode geen opzienbarende ontwikkelingen. De Raad van Commissarissen liet zich in beleidssessies regelmatig bijpraten over de ‘ontwikkeling bij de klanten’, over interne aangelegenheden en besprak mogelijke nieuwe initiatieven. In dit jaar waren samenwerking met de Kreissportbund Emsland en het organiseren van een minicongres over professionalisering in de sport serieuze opties. Verder wordt 2004 gekenmerkt door een la vol beleidsnota’s, voortgangsnota’s en resultatenoverzichten.

Cofinanciering door de provincie

In 2005 wordt door de provincie Drenthe steeds meer nadruk gelegd op sporten door jongeren. Gemeenten kunnen tot en met 2008 een beroep doen op een deel van het bedrag van 600.000 euro om jeugd in beweging te krijgen. SportDrenthe en STAMM zijn belangrijke participanten. SportDrenthe is dat trouwens ook al in het BOS-project, dat in een minicongres aan wethouders en ambtenaren sportzaken wordt gepresenteerd. De gedeputeerde van sport in de provincie Drenthe, A. (Anneke) Haarsma, is enthousiast, vooral omdat verenigingen een belangrijke rol kunnen spelen. De provincie biedt 25% cofinanciering aan.
Het is een van de nieuwe projecten waarmee SportDrenthe aan de slag kan. Een ander project ging door het leven als PRINS, dat verenigingen een professionele manager biedt die zich kon bezighouden met het versterken van de vereniging, zo mogelijk in een vorm van samenwerking met kinderopvang. Korfbalvereniging ASKO uit Assen was een kandidaat, mede dankzij een beperkte bijdrage van de gemeente Assen. In een coproductie (‘Sticks together’) van vier hockeyverenigingen (Hoogeveen, Emmen, Coevorden en Hardenberg) werd een professionele hockeytrainer aangesteld. Overigens ging aan de aanstelling van deze beroepskracht een IKSport-onderzoek vooraf. IKSport is ook al een activiteit van SportDrenthe, naar aanleiding van landelijke initiatieven om de kwaliteit van de vereniging door te lichten. Veel verenigingen hebben in de afgelopen periode van deze onderzoeksmethode gebruik gemaakt.

Managementletter

Het doen van mededelingen via ‘managementletters’ is in 2006 de nieuwe methode van het SportDrenthe-management om de Raad van Commissarissen in te lichten over de stand van zaken van dat moment. Nuttige informatie die de verantwoordelijke commissarissen kort en bondig een prima overzicht geven. Zo konden ze kennismaken met tal van nieuwigheden in het eerste kwartaal van dit jaar:

  • Er komt een nieuwe website.
  • Er wordt nauw samengewerkt met het landelijke kwaliteitssportblad SPORT Bestuur & Management bij de realisatie van een regionaal katern.
  • Samen met het Hanze Instituut voor Sportstudies (HIS), het Drenthe College en het Friesland College-CIOS biedt SportDrenthe stagemogelijkheden als leer-werkbedrijf. Het doel is om 50 studenten in te zetten bij sportverenigingen en gemeentelijke projecten.
  • De BSI-projecten lopen door, naast nieuwe BOS-initiatieven. Bijna alle Drentse gemeenten doen mee.
    - In het TVM Sportgala Drenthe 2006 maakt ex-toptennisser Richard Krajicek zijn opwachting en introduceert zijn eigen zijn foundation. De campagne ‘Drenthe Beweegt’ is het motto van deze jaarlijkse sportverkiezing.

In augustus van 2006 komt het Dagblad van het Noorden met het bericht dat in het kader van de BOS-projecten, het ministerie van VWS anderhalf miljoen euro beschikbaar heeft om de jeugd in Drenthe in beweging te krijgen. SportDrenthe-directeur De Lang kent de reden: “De provincie Drenthe heeft de dikste kinderen van ons land.”

Jong geleerd is oud gedaan. Het stimuleren van de jeugd om aan sport te doen is een belangrijke opdracht van SportDrenthe.

Later dit jaar start de campagne ‘Drenthe Beweegt’ als onderdeel van de provinciale sportagenda 2006-2008 met extra geld en vele nieuwe initiatieven. Dit ontlokt een van de bestuursleden van SportDrenthe in een bestuursvergadering de vraag wat eigenlijk de ‘core business’ van SportDrenthe is. Voor hem is het beeld diffuus. De Lang bevestigt dat beeld, maar voegt er aan toe dat er veel zaken/kansen liggen die “we niet kunnen laten passeren.” Maar de core business verandert er volgens De Lang niet door. Die blijft: “versterking van de sportinfrastructuur, het aanbod van sport als middel ten behoeve van achterstandgroepen, bewegingsarmoede en sport- en beweegpromotie in het algemeen.” Overigens herkennen de overige bestuursleden de huidige hectiek rond de omgeving van SportDrenthe.

Website een succes

In de eerste ‘managementletter’ van 2007 werd melding gemaakt van een aantal nieuwe ontwikkelingen in dat jaar. Belangrijk is het in het leven roepen van het Jeugdsportfonds Drenthe, als onderdeel van het nationale Jeugdsportfonds en als aanvulling op het BOS-project. De bedoeling van het fonds is om zoveel mogelijk jeugd aan het sporten te krijgen.

Via de nieuwe website van SportDrenthe, mede op verzoek van de Provincie Drenthe ontwikkeld om hét digitale sportserviceloket in Drenthe te zijn, wordt melding gemaakt van een vrij uniek initiatief: SportDrenthe heeft met het advocatencollectief De Raadgevers een overeenkomst gesloten waardoor verenigingen gratis juridische bijstand kunnen krijgen. In het voorjaar van 2007 maakten al 20 verenigingen gebruik van de service. Behalve deze samenwerking sluit SportDrenthe ook een overeenkomst met gezondheidsinstellingen als Icare en BAG (overkoepeling fysiotherapie-instituten) ten aanzien van bewegen en gezondheid. Het is een innovatief project, gericht op de eerstelijns aanpak in de gezondheidszorg. Nieuw is ook de start van het leer-werkbedrijf dat aan 4-6 studenten werk biedt in de vorm van ondersteuning van verenigingen en scholen.

Concurrentie

In het bestuur van SportDrenthe signaleert men in dit jaar een mogelijke versnippering van krachten in plaats van een bundeling door het subsidiebeleid van de provincie. Ook andere organisaties, zoals de EuroChamp Foundation, werkzaam op het gebied van de gehandicaptensport, komen in aanmerking voor subsidie en in het bestuur van SportDrenthe wordt gepleit voor een andere opstelling van de eigen organisatie. “We moeten de concurrentie de baas blijven”, zo luidt de conclusie.

Innovatief

De provincie stelt in 2007 een Programma van Eisen (PvE) voor 2008 vast en vraagt SportDrenthe een ‘aantoonbaar effect’ te leveren. In dit PvE wordt van SportDrenthe de uitvoering van een groot aantal activiteiten gevraagd. Vooruitlopend op deze activiteiten (lees: projecten) die in 2008 in het werkplan van SportDrenthe worden opgenomen, ontwikkelde de organisatie al in 2007 innovatieve plannen. Zo start SportDrenthe ‘proeftuinen’ op het gebied van professionalisering van sportverenigingen in combinatie met het onderwijs. Hoogeveen, Nijeveen en Assen zijn de proefprojecten. Ook de cursus nordic walking levert veel (positieve) reacties op. Nieuw is de samenwerking die gezocht wordt met de GGZ Zuid-Oost Drenthe om bewegingsprojecten op te zetten in de cluster ’Langdurige Zorg’.

Georganiseerde sport

Alle initiatieven worden door de 20 medewerkers van SportDrenthe uitgevoerd. Dat de georganiseerde sport ook niet werd vergeten, blijkt wel uit het feit dat in de maanden september en oktober de sportclub centraal stond. Sportmarkten in zes Drentse gemeenten laten de inwoners kennismaken met het sportaanbod van de plaatselijke verenigingen. Ook de aandacht voor de financiën van de sportvereniging en voor coaches (er worden zogenaamde ‘masterclasses’ georganiseerd) bewees dat SportDrenthe haar afkomst niet verloochent. Al zijn er in het beleid in de loop der jaren andere accenten aangebracht.

Zet de rollator maar in de kast

Opmerkelijk waren de uitkomsten van het onderzoek dat SportDrenthe liet verrichten naar het deelnemen aan nordic walking-activiteiten door rollatorgebruikers in verzorgingstehuizen. “Zet de rollator maar in de kast”, was de conclusie wanneer er twee keer per week aan nordic walking wordt gedaan. “Conditie, kracht en gezondheid gaan met sprongen vooruit”, zo was het eindoordeel van de onderzoekers.

De handen vol

In 2008 richt SportDrenthe de aandacht vooral op de projecten die staan vermeld in het eerder genoemde Programma van Eisen. Daarin heeft de campagne ‘Drenthe Beweegt’ zich aangesloten bij de campagne ‘30 minuten bewegen’. In april van dit jaar deed Drenthe mee aan de landelijke recordpoging die in dat kader werd gehouden. De poging trok in Drenthe 4.000 deelnemers. SportDrenthe zorgde voor de specifieke activiteiten bij deze actie. De verdere activiteiten voor 2008 staan onder andere in het teken van het organiseren van nevenactiviteiten ter gelegenheid van de start van de Ronde van Spanje in Assen in 2009. Wel is het de bedoeling dat aan een deel van deze activiteiten door SportDrenthe een structureel vervolg wordt gegeven. Ook aan de invulling van combinatiefuncties bij verenigingen en in het onderwijs hoopt SportDrenthe de handen vol te krijgen. De eerste offertes van gemeenten zijn inmiddels binnen. SportDrenthe krijgt in dat project de rol van ondersteuner en werkgever. Daarmee en met de vele andere projecten kan SportDrenthe nog jaren vooruit, zo lijkt het.