“Het waren spannende vergaderingen”

Rein Munniksma werd als een van de drie interim bestuursleden benoemd toen de sportfederatie in moeilijke tijden verkeerde. “Onze taak was om de organisatie in rustig vaarwater te krijgen”, aldus Munniksma.

Samen met ir. E. de Boer (†) en Henk de Roos zorgde Rein Munniksma ervoor dat de sportraad alsnog het veertigjarig jubileum behaalde. “Het was een moeilijke tijd.”

De Drentse Sport Federatie ging begin jaren negentig door een moeilijke periode. De organisatie had geen bestuur meer en de communicatie met de bonden en overheden verliep stroef. Rein Munniksma werd ingeschakeld om een doorstart mogelijk te maken. Samen met de andere heren werd gezocht naar oplossingen. “Het waren rokerige vergaderingen. Niet alleen omdat er toen nog veel gerookt werd, maar ook omdat er hevige discussies werden gevoerd. Dat had wel iets”, vertelt Munniksma.

Uitgespeeld team

Het bestuur vond het belangrijk dat de sportraad een doorstart kon maken. Maar dan moesten er door de interim-bestuurders belangrijke beslissingen genomen worden. “Er was niet voor alle medewerkers plaats in de herberg”, vertelt hij. “Iedereen heeft talent, maar dat talent komt soms beter tot zijn recht in een ander team. Het team van de sportfederatie was duidelijk uitgespeeld en de spelers werden ondergebracht bij andere teams, waar ze wel goed tot hun recht kwamen en waar ze wel hun talenten konden benutten.”

Verder was het belangrijk dat de werknemers die wel bleven gezamenlijk een doorstart als sportraad konden maken. Deze kwamen in dienst bij STAMM, waar de raad onder de naam STAMM Sport doorging. In die jaren moest de organisatie alles op alles zetten om weer als zelfstandige sportorganisatie te kunnen functioneren. Zo moesten zij bijvoorbeeld nieuwe contacten leggen met organisaties en verenigingen. Munniksma blikt terug: “Ik ben trots dat ik een bijdrage kon leveren aan het oplossen van de problemen. Het klinkt vreemd, maar het was ook uitdagend om een organisatie door een moeilijke tijd te helpen. Hoewel het niet altijd even makkelijk was. “Maar aan de andere kant kreeg ik goede persoonlijke contacten met de werknemers. Juist door het slechte toekomstperspectief voor de organisatie, leerden wij iedereen goed kennen.”

Verbintenissen

Wil de sportraad ook in de toekomst goed functioneren, dan is het volgens Munniksma zaak om goed te blijven kijken naar veranderingen. “In de tijd dat ik in het bestuur zat, kwamen fitness en wellness opzetten. Daar moest SportDrenthe als organisatie op inspelen. Er moesten grenzen gesteld worden aan de contributies. Het was een andere markt dan de traditionele verenigingen.” Het belang van verenigingen is nu minder groot,, want de burgers geven zelf aan wat ze willen en wanneer ze het willen. “Als verenigingen willen doorfunctioneren, moeten ze goed kijken naar de vraag van de leden. Sporters willen meer bewegen, maar minder lange verbintenissen aangaan. Ze willen meer keuzes kunnen maken. Verenigingen hebben nu nog vaak een te strak aanbod. Mijn mening is dat een breder aanbod verenigingen goed zou doen.”

Ook het gezondheidsaspect van sport is iets waar Munniksma oog voor heeft. “Ik sport zelf graag omdat het goed is voor lichaam en geest. Daarnaast is bewegen goed voor de sociale cohesie.” Hoewel steeds vaker gezegd wordt dat sport nu alleen als middel gebruikt wordt, is Munniksma het daar niet mee eens. “Gezondheid en sociale cohesie zijn allebei even belangrijk, want iedereen weet; sport verbroederd.”

Maatschappelijk belang

Hoewel het begin jaren negentig leek alsof het einde van de sportraad in zicht leek, viert de organisatie nu alsnog haar veertigjarig bestaan. Bestaan ze over tien jaar nog? “Geen enkele instelling is nooit onmisbaar. Meegaan met veranderingen is daarbij een vereiste, want als een organisatie gaat verstenen, staat het bestaansrecht op de tocht. Trendanalyse zal daarom steeds belangrijker worden. Ik denk dat SportDrenthe zich daar de komende jaren meer mee bezig zal gaan houden. Want ze moeten iets blijven toevoegen aan de sportieve Drentse samenleving.”