De derde periode van 10 jaar kenmerkte zich in de eerste jaren door de vraag of de organisatie al dan niet moest worden opgenomen in de cluster van welzijnsinstellingen in Drenthe. Een tussenmodel ontstond in de vorm van STAMM Sport, een zelfstandige stichting en rechtsopvolger van de DSF, maar wel gelieerd aan welzijnsorganisatie STAMM in Assen. Er was onder andere sprake van gezamenlijke huisvesting en het gebruik van elkaars diensten en personeel.

Doordat de overheid echter al spoedig de kracht van sport als middel voor participatie van allerlei doelgroepen ontdekte, kon in de loop van deze periode een begin gemaakt worden met de ‘wederopbouw’ van de organisatie. De verzelfstandiging van STAMM Sport naar de huidige vorm, SportDrenthe, en de hiermee samenhangende verhuizing van Assen naar Hoogeveen, werd een feit.

Hieronder kunt u lezen hoe de ommekeer er uit heeft gezien.

In het jubileumboek kwamen de bestuurs- en directieleden en oud-medewerkers aan het woord. Hun verhalen leest u hier:

Rein Munniksma | Interim bestuurder “Het waren spannende vergaderingen”

Lambertus Eising | Voorzitter “Zelfstandige organisatie worden”

Wim Poll | Bestuurslid “Samenwerking moet voordelig zijn”

Peter van der Spek | Bestuurslid “Tien jaar met plezier bestuurd”

Hans Dekkers | Medewerker “Een teamspeler, maar anders denkend”

Wil Vos | 30jaar medewerker “Ze zeggen altijd dank je wel

Haarscheurtjes

In 1987 werden inmiddels ook de eerste haarscheurtjes in bestuurlijk DSF zichtbaar. Bestuurslid J. Wolf uitte als eerste zijn onvrede over de gang van zaken. Hij signaleerde nogal wat knelpunten in het functioneren van het bestuur. De bonden hadden trouwens al eerder laten weten dat de serviceverlening door de DSF te wensen over liet. Tot 1988 werd de bestuurlijke schade beperkt gehouden, maar in dat jaar werden de problemen groter. Inmiddels had H. Schuurman de voorzittershamer (tijdelijk) overgedragen aan bestuurslid G. Hoendervanger, die meteen voor een geweldige klus stond: herstructurering van de DSF. Er zou een ‘platte’ organisatie moeten komen. Een verslechterde financiële situatie, bestuurlijke onduidelijkheden en spanningen onder het personeel maakten die herstructureringstaak niet gemakkelijk. Vooral toen bovendien de financiële commissie rapporteerde dat “zij tot de conclusie was gekomen dat het de DSF ontbreekt aan een krachtige en kundige leiding over het gehele administratieve gebeuren.” Er was behoefte aan een meer flexibele inzet van de medewerkers, die bereid zouden moeten zijn om werk van elkaar over te nemen. Het heeft lang geduurd voordat de DSF weer in rustig vaarwater terecht kwam.

De bonden keerden zich meer en meer af van de DSF, mede omdat de tariefstelling van de dienstverlening door de DSF te hoog was. Maar hoe verder? Eerst de knelpunten analyseren en pas daarna herstructureren was een van de voorstellen. Wat is de plaats van de DSF? Toenmalig gedeputeerde M.G. (Ryan) Schepers vroeg zich zelfs af “wat de bonden ervan zouden merken als de DSF zou worden opgeheven”.

Veel leden van de Provinciale Staten stelden vragen. Het werd snel duidelijk dat er een crisissituatie bestond, die eerst moest worden opgelost alvorens kon worden begonnen aan het uitwerken van een nieuwe structuur. En alsof het niet nog erger kon, moest door beëindiging van de subsidie door het ministerie van WVC ook nog een zestal arbeidsplaatsen worden geschrapt. Vooral de afdelingen Sportontwikkeling en Kaderactiviteiten werden door de ontslaggolf getroffen. De sportontwikkelingfunctie dreigde zelfs zeer beperkt van omvang te worden. Door de bezuinigingen ging het personeelsbestand van de DSF terug van 30 naar 24. Ook de provincie zag geen kans om de DSF-gaten te vullen. Daartoe hielp zelfs het gebruikmaken van het spreekrecht tijdens de vergadering van de leden van de Provinciale Staten niet.

Actie bonden

Er zat niets anders op dan in het jaar 1989 andere beleidsprioriteiten te stellen. De activiteiten werden gericht op sportorganisaties, sportbundelingen en andere organisaties. Stimulering sportdeelname, vorming, ondersteuning, arbeidsbemiddeling ten behoeve van sportorganisaties, administratief-organisatorische dienstverlening en sportgezondheidszorg waren de onderwerpen waarmee de DSF zich bezig zou gaan houden. Omdat men toch erg graag de ‘kaderactiviteiten’ als dienst wilde behouden, maar de subsidiërende instantie daar kennelijk niets in zag, werden zelfs de dagbladen ingeschakeld om hier aandacht voor te vragen.
In het begin van 1989 begonnen de aangesloten bonden zich goed te roeren. De grote bonden vonden dat ze te weinig invloed hadden op de algemene vergadering en dat ontlokte aan een van de vertegenwoordigers de vraag of de “DSF als overkoepeling van de bonden in gevaar was gekomen?” Zo ver kwam het op dat moment niet. Eerst was de interne reorganisatie aan de orde, waarbij het personeel zich danig roerde. Positiebepaling van de DSF was in die discussie, naast de onderlinge verhoudingen, van cruciaal belang. Moest de DSF verder als service-instituut of als belangenbehartiger van de bonden of misschien zelfs wel als beide?

Jaar van de ommekeer

Het jaar 1989 werd uiteindelijk het jaar van de ommekeer. De provincie Drenthe hielp daarbij een handje door ook een herstructurering aan te kondigen. Het provinciale welzijnsbeleid werd veel meer gericht op vrijwilligers en achterstandsgroepen. Er was geen aandacht meer voor belangenbehartiging en de organisaties werden voortaan scherper in de gaten gehouden. De begrippen budgetfinanciering en projectsubsidiëring werden daartoe geïntroduceerd. Afronding van dit nieuwe beleid zou in februari/maart 1992 moeten plaatsvinden.

Inmiddels gingen de ontwikkelingen binnen de DSF door. Enkele personeelsleden vertrokken door interne problemen en ook bestuursleden gaven te kennen op te zullen stappen. Bovendien liet de Stichting STK weten ‘losser’ van de DSF te willen functioneren en meer als aangesloten bond te willen worden beschouwd. Begin 1990 verschijnt er een persbericht waarin wordt aangekondigd dat de meningsverschillen onder het personeel van de DSF zijn weggenomen. In een volgende beleidsnota geeft de DSF de aangesloten bonden tevens de te volgen marsroute aan: een meer doelgerichte organisatie en andere geldstromen. Ook de herstructureringsplannen van de provincie Drenthe beginnen gezicht te krijgen en daaruit blijkt dat de DSF een van de 100 instellingen in de provincie is die onder deze reorganisatie vallen. Wel krijgt ook de DSF de garantie dat de herstructurering geen gedwongen ontslagen op zal leveren. Een sociaal statuut moet daarvoor de basis leggen. De provincie beoogt met de herstructurering een verbetering tot stand te brengen van het functioneren van de provinciale welzijnssector: een betere overzichtelijkheid en een grotere effectiviteit.

Bestuur treedt af

Deze reorganisatie had uiteraard ook invloed op de bestuurlijke organisatie van de DSF. In het voorjaar werd besloten om in ieder geval alle commissies op te heffen. Later in het jaar, in september, zag het bestuur van de DSF er, na alle interne problemen die er nog steeds waren, helemaal geen gat meer in en besloot af te treden. De directe aanleiding was een onderzoek van het bureau KPMG dat vaststelde dat de DSF niet goed functioneerde. In oktober van datzelfde jaar besloot de bijeengeroepen algemene vergadering een interim-bestuur te benoemen. H. de Roos, drs. R. (Rein) Munniksma en ir. E. de Boer (†) waren de leden van het interim-bestuur, dat meteen aan de slag ging. Het eerste voorstel was om een interim-manager aan te stellen, die de aanbevelingen van een ingestelde DSF-adviescommissie nader moest uitwerken. Die aanbevelingen betroffen een heldere, platte bestuursstructuur, betrokkenheid van alle bonden en antwoord op de vraag of de DSF alleen nog als serviceorgaan door het leven moest gaan of dat de federatie ook nog andere taken zou moeten hebben.

Men was het eens over de afschaffing van de commissies, die plaats zouden moeten maken voor (tijdelijke) overlegorganen, werkgroepen, et cetera. Uiteindelijk sprak de algemene vergadering zich in november 1990 uit voor een organisatievorm waarbij de DSF zich bezig zou houden met het bewaken van de kwaliteit van de georganiseerde sport, het aanbieden van andere dan de traditionele sportvormen (ook aan de bonden) en het bevorderen van een verantwoord sportgedrag door het geven van voorlichting en advisering.

Al eerder had de Nederlandse Invaliden Sportbond, district Drenthe, laten weten weer los van de DSF te willen opereren en de situatie van vóór 1984 te willen herstellen. Volgens woordvoeder P. (Peter) van der Spek zou de DSF voor de gehandicaptensport in Drenthe een facilitair bedrijf moeten zijn.

Stichting of vereniging

De loskoppeling van de gehandicaptensport betekende min of meer ook de opening van de discussie over de rechtsvorm van de DSF. De inmiddels benoemde interim-directeur, drs. H.J. Dik (de functionerende directeur, H. van der Veen, trad terug en werd adviseur van het bestuur) mocht daar mede inhoud aan geven. Net als aan de uitvoering van de plannen die de Werkgroep Sport van de provincie Drenthe in het kader van de herstructurering van het Provinciaal Welzijnsbeleid ontwikkelde: de DSF moest een klein bestuur hebben en moest de contacten met de bonden optimaliseren. De werkgroep formuleerde de aanbevelingen verder als volgt: “De DSF moet aan alle sportorganisaties concrete ondersteuningsmogelijkheden bieden naast sportstimulering, sportontwikkeling en kadervorming.”

Bij de verdere uitwerking van de plannen kwam naar voren dat de bonden de voorgestelde stichtingsvorm ondemocratisch vonden, ofschoon ook de verenigingsvorm in het verleden niet goed had gewerkt. Toch werd er verder gepraat over de stichtingsvorm en in april 1991 passeerden zelfs de conceptstatuten van de Stichting Sport Service Centrum Drenthe de bestuurstafel. Het stichtingsbestuur zou moeten bestaan uit tenminste vijf en ten hoogste zeven leden. Bovendien zou de nieuwe stichting marktgericht dienen te werken en daarbij een goede inventarisatie moeten maken van de wensen van de afnemers.
Op de algemene vergadering van 24 september 1991 gaven de bonden te kennen de stichtingsvorm niet goed te vinden en alleen te opteren voor de verenigingsvorm. De provincie Drenthe wilde evenwel graag de stichtingsvorm en omdat het interim-bestuur niet bereid was om de mogelijkheid van de verenigingsvorm uit te werken, ontstond er opnieuw een patstelling. Het interim-bestuur beraadde zich op haar positie.
Minder ‘plat’
Intern was bij de DSF alles weer op orde. Op de algemene vergadering in april 1991 kon de bonden worden gemeld dat ”het bureau weer functioneerde zoals het hoort.” Wel was interim-directeur Dik tot de conclusie gekomen dat de nieuwe platte structuur niet optimaal werkte omdat “de bijbehorende delegeer- en communicatiestructuur nog geen vorm is gegeven.” Zijn voorstel om duidelijke functie- en taakomschrijvingen, duidelijke bevoegdheden en duidelijke verantwoordelijkheden aan te geven moest ook leiden tot een iets minder ‘platte’ structuur, waarbij “niet iedereen rechtsreeks aan de directeur rapporteert.” De voorgestelde nieuwe structuur werd aangepast en functioneerde daarna naar behoren. Ook werden de hoofddoelgroepen van de DSF nog eens aangeduid: de bonden, de gemeenten en de Stichting STK. Met 21 personeelsleden, de werknemers van de bonden niet meegerekend, werden de taken opgepakt. In een jaar waarin interne reorganisaties, herstructureringen, nieuwe huisregels, actieplannen en de teruggekeerde rust de boventoon voerden.

Financiële onduidelijkheid

Behalve met interne- en structuurproblemen werd de DSF in deze jaren ook nog geconfronteerd met vraagstukken van financiële aard. Niet alleen kwam een speciaal ingestelde commissie tot de conclusie dat het de DSF ontbreekt aan “krachtige en deskundige leiding”, maar moest ook het hoofd worden geboden aan externe problemen. Zo was het onduidelijk in hoeverre de dienstverlening van de DSF aan de bonden (leden van de DSF), zoals verhuur van sport- en spelmaterialen, gehandicaptenvervoer en administratieve dienstverlening vrijgesteld was van de Wet op de omzetbelasting. Ook de STK-problematiek –moet aan de verenigingen die gebruik maken van de diensten van de stichting BTW in rekening worden gebracht?- vroeg nog altijd volop de aandacht. Het heeft de gemoederen heel lang beziggehouden. De STK-sores zijn zelfs nu nog steeds niet opgelost…

Moeilijk jaar

Ook in 1992 werd de DSF weer geconfronteerd met veel moeilijke zaken. De aankondiging halverwege dat jaar door gedeputeerde J. (Jur) Stavast dat opnieuw bezuinigingen zouden worden doorgevoerd op provinciaal niveau kostte in de daarop volgende jaren 11 medewerkers hun baan. Een eenmalige afkoopsom van maximaal 300% moest het leed enigszins verzachten, maar duidelijk werd dat de DSF een andere koers moest gaan varen. Alleen de gehandicaptensport bleef bij de bezuinigingen buiten schot.

Het was duidelijk dat de bezuinigingen een sterk complicerende factor vormden voor de verdere ontwikkeling van de DSF en dat terwijl juist op dat moment kon worden vastgesteld dat de bestuurlijke doelstellingen van 1990 voor een deel waren gehaald. Er was sprake van een verbetering van de bestuurlijke- en bureauorganisatorische structuur. Ook “de onderlinge sfeer is uitstekend”, zo luidden de berichten. Kwaliteitsverbetering was daarvan een van de positieve gevolgen. Alleen kon nog niet gesproken worden van een verbeterde relatie met de lidorganisaties.

Ook het conflict met de Stichting STK duurde het hele jaar nog door. Een oplossing was pas in het volgende jaar te verwachten. Inmiddels was door het overlijden van De Boer het interim-bestuur uitgedund tot twee leden, De Roos en Munniksma. Zij waren er ook getuige van dat door het conflict met de Stichting STK de DSF overging tot de oprichting van een nieuwe stichting, die zich met het sporttechnisch kader ging bezighouden. De naam van de nieuwe stichting: Sporttechnika Drenthe. Oprichtingsdatum: 1 april 1992. De bonden namen hun diensten af bij de nieuwe stichting, maar duidelijk was dat het naast elkaar bestaan van twee gelijksoortige organisaties geen lang leven beschoren was.

In 1992 kwam er een einde aan de DSF-werkzaamheden ten behoeve van de activiteiten in het IJsstadion Drenthe. Vanaf 1982 had de DSF twee projectmedewerkers beschikbaar gesteld voor werkzaamheden op de ijsbaan. Met de sport- en speluitleen ging het prima. In 1992 werd de positie zelfs versterkt ondanks de hogere prijzen, nodig in verband met de opgelegde bezuinigingen.

Alcoholvrij: dat werkt!

Wat de vergaderwoede van de bonden in het Sport Service Centrum betreft, moest worden vastgesteld dat in 1992 de hausse voorbij was. Er was sprake van een daling van 10 procent. Uiteraard had dat zijn invloed op het aantal gebruikte consumpties, waarbij overigens wel opmerkelijk was dat het gebruik van alcoholvrij bier “verheugend” was toegenomen. Het marktaandeel was niet minder dan 54%.

STAMM Sport

Een nieuwe bezuinigingsronde van de provincie zorgde in 1993 opnieuw voor veel onrust in de organisatie. De kortingen troffen niet alleen de DSF maar ook de bonden en de provinciale organisaties voor aangepast sporten. Desondanks stond het jaar in het teken van productverbetering en –vernieuwing, die zichtbaar werd in sport en bewegen voor ouderen en gezondheidsprojecten als fittesten. Bovendien werd het WK voetbal voor mensen met een verstandelijke beperking in de steigers gezet. Die nieuwe initiatieven moesten komen van een DSF die organisatorisch en bestuurlijk nog niet helemaal in een rustig vaarwater was terechtgekomen. De bedoeling was dat de DSF zou worden ondergebracht bij welzijnsorganisatie STAMM, maar de bezuinigingen en het uitstel van besluitvorming over de huisvesting van de DSF hebben de overgang naar STAMM, als STAMM Sport, vertraagd. Ook de mogelijke overname van het Sport Service Centrum Drenthe door de bonden, in verband met het vertrek van de DSF, was nog niet rond. Wel gingen de administratieve krachten van de bonden, die in dienst waren van de DSF, terug naar hun eigen bond. Ook kwam er een einde aan het conflict tussen de Stichting STK en Sporttechnika en tevens werd het geschil tussen de ex-directeur en het interim-bestuur opgelost.

Sportjobs

De overgang van de DSF naar STAMM werd in het jaar verder voorbereid door de opvolger van de per 1 oktober vertrokken interim-directeur H. (Henk) Dik, drs. M. (Maria) Jongsma. Een van de laatste daden van Dik was het binnenhalen van het landelijke kantoor van Sportjobs, een stichting die zich landelijk en provinciaal bezighield met arbeidsbemiddeling in de sport en daarbij nauw samenwerkte met de provinciale sportraden. Ook de DSF had daarin een aandeel door de inschakeling van medewerker G. (Gerard) de Roo.

Inmiddels werd de vernieuwingsdrift binnen het DSF-beleid voortgezet. Sportjobs was tot 1998 actief om daarna van het toneel te verdwijnen. Sportraden zouden de taken zelf ook kunnen uitvoeren, zo was de algemene opvatting. Ondersteuningsprojecten bij bonden en gemeenten, alsmede het produceren van beleidsnota’s op het gebied van marketing en promotieactiviteiten werden speerpunten. Ook het aangepast sporten kreeg veel aandacht.
Een en ander moest worden gerealiseerd zonder een deel van de eertijds aangestelde zogenaamde STK-functionarissen. Slechts drie van de acht ingevulde arbeidsplaatsen konden in stand worden gehouden.

Cursusmoeheid

Toch slaagde de DSF er in om nieuwe initiatieven te ontplooien. Een groot onderzoek naar de problemen van het sportkader in Drenthe leverde nuttige resultaten op. Er bleek een groot kwantitatief tekort aan kader, en technisch kader was voor een groot deel niet gekwalificeerd. Gegevens waar men iets mee kon. Overigens werd tevens vastgesteld dat er de laatste jaren in Drenthe sprake was van ‘cursusmoeheid’, waardoor er steeds minder cursussen van de grond kwamen.

Ook de 50-plussers kwamen volop in beeld. Themadagen voor deze doelgroep moesten een bijdrage leveren aan een bewuster leefpatroon. Het zou het begin zijn van structureel beleid gericht op meer bewegen door diverse leeftijdsgroepen. Daaraan leverde wellicht ex-topwielrenner Erik Dekker, afkomstig uit Hoogeveen, ook een bijdrage zonder zich daarvan bewust te zijn. Dekker werd namelijk Drents Sportman van het Jaar op het door de DSF georganiseerde Drentse Sportgala. De vele aandacht die werd gegeven aan de beweegcultuur leverde ook teleurstellingen op. Zo waren er hoge verwachtingen van de uitgifte van de recreatiepassen in EDR (Eems Dollard Regio)-verband, maar het aantal van 15.000 werd bij lange na niet gehaald.

WK voetbal

Beter verging het de interesse voor het WK voetbal voor mensen met een verstandelijke beperking, welk toernooi in 1994 in Hoogeveen werd gehouden en waar de DSF een belangrijke rol had bij de organisatie. Het gebeurde in een jaar waarin de overgang van de DSF naar STAMM Sport definitief werd beklonken. De algemene vergadering van de DSF gaf aan die overgang in april van dat jaar toestemming. Al eerder waren alle administratieve krachten van de bonden teruggekeerd in de boezem van de bonden. Het Sport Service Centrum in Beilen werd ook door de bonden verlaten. De Koninklijke Marechaussee nam er later zijn intrek. Een deel van de bonden verhuisde naar het pand, waarin men jaren eerder als Huis van de Sport was gestart, pal tegenover het Sport Service Centrum aan de Eursingerweg in Beilen. Het KNVB-district vertrok naar een nieuw regiokantoor in Heerenveen.

Voor de DSF brak een nieuwe periode aan: aanvankelijk, als STAMM Sport, nog in Beilen, later, in mei 1996, in Assen. De nieuwe organisatie werd op 12 december 1994 opgericht. Het bestuur van STAMM Sport stelde zich op het standpunt dat “op afstand besturen” de voorkeur verdiende en voorzitter Munniksma vertolkte de opvattingen van het nieuwe bestuurscollege: “Sport moet zijn geld zelf gaan verdienen. Daartoe moeten de goede elementen uit het DSF-verleden worden gehaald. Frustraties moeten achterwege blijven.” Een opvatting die later nog beter herkenbaar zou zijn.

Bezuinigingen

En toen was het 1 januari 1995, het jaar waarin DSF niet alleen werd getransformeerd in STAMM Sport, maar waarin de organisatie voor de zoveelste keer werd geconfronteerd met bezuinigingen. Enorme bezuinigingen zelfs, volgens het provinciaal reorganisatieplan 1995-1997. Daarin werd melding gemaakt van een jaarlijks dalend budget. Organisaties als STAMM Sport zouden zelf op zoek moeten gaan naar geld om meer taken te kunnen uitvoeren. Een zware opgave voor de toen 13 medewerkers (onder leiding van Hans de Lang, die als manager optrad) om die bronnen te vinden. In ieder geval mocht STAMM Sport geen grote evenementen meer organiseren en was alleen betrokkenheid bij het ‘Open’ NK atletiek voor gehandicapten in Emmen toegestaan.

STAMM Sport werd wel een belangrijke bijdrage toegedacht in het project ‘Sport=Gaaf’, in het kader van Sport en Sociale Vernieuwing. Overigens werd dat niet direct een succes omdat gemeenten nauwelijks geld in het project wilden stoppen. In hetzelfde kader werd ook de voorbereiding gestart voor een grote multiculturele sport- en spelontmoeting.

De verbetering van de kwaliteit van de sport werd gelukkig niet vergeten. Ondersteuning van een aantal bonden bleef actueel en ook aan het stimuleren van sportdeelname werd aandacht besteed. Gemeenten konden worden ondersteund door STAMM Sport, er werden weer sportkadercursussen georganiseerd, accommodatieadviezen gegeven en er werden VOP’s (Verenigings Ondersteunings Projecten) gerealiseerd bij acht verschillende verenigingen. (+ foto 10 cursus verantwoord alcoholgebruik) Tenslotte werd STAMM Sport geraadpleegd bij het opstellen van sponsorplannen. Met de Nebas (Nederlandse bond voor aangepast sporten) werd een samenwerkingsovereenkomst gesloten, hetgeen inhield dat het afdelingsbureau van de Nebas werd ondergebracht bij STAMM Sport. En dat het bestuur zou worden ondersteund, dat STAMM Sport zou zorgen voor begeleiding van activiteiten en dat uitvoering van de beleidsnota ‘Aangepast sporten in Drenthe’ zou plaatsvinden. Kortom, een veelheid aan projecten waaraan STAMM Sport de handen meer dan vol had.

Naast de organisatie van het WK voetbal konden nog tal van andere memorabele ontwikkelingen worden genoteerd:

  • De Stichting STK Drenthe vestigde zich na de mislukte onderhandelingen met Sporttechnika als onafhankelijke stichting in Beilen en zou daar, weliswaar in een ander pand, ook blijvend domicilie kiezen.
  • Eind 1994 zag het bestuur geen kerntaken meer voor de huisdrukkerij en werd naar een overnamekandidaat gezocht. Aanvankelijk was dat DAAT (onderdeel van de Algemene Psychiatrische Ziekenhuizen (APZ) in Drenthe). Later werd dat het commerciële bedrijf Webers uit Groningen, met onder meer een vestiging in Assen.
  • De spelotheek werd afgestoten: beheerder M. (Marinus) van Halen werd de nieuwe eigenaar en bouwde zijn ‘speeltje’ verder uit tot een alom gewaardeerde onderneming.

Verhuizing naar Assen

Helaas geeft het jaarverslag 1996 van STAMM Sport geen aanleiding tot tevredenheid. STAMM-directeur P. (Piet) Dijkhuis, ook directeur van de ‘sportpoot’ van zijn organisatie, laat in de inleiding van het verslag kort zijn licht schijnen over de ontwikkelingen in dat jaar: “Op 22 mei 1996 verhuist STAMM Sport, na een periode van 17 jaar huisvesting in Beilen, naar Assen. Ook 1996 stond in het teken van bezuinigingen. In het verslagjaar heeft hierdoor een afvloeiing plaatsgevonden van 7 medewerkers. 1996 is voor STAMM Sport een roerig jaar geweest. Veel activiteiten zijn afgebouwd of overgedragen en voor 1997 is een ‘ingekrompen’ activiteitenoverzicht gemaakt.”

De gevolgen waren duidelijk. Met 5 van de 12 medewerkers zou 1997 een nog moeilijker jaar worden. In 1996 werden evenwel nog tal van prestigieuze projecten gepresenteerd. Het verschil met vroeger was wel dat het ‘welzijnssausje’ van STAMM steeds meer het kenmerk werd van de activiteiten. Toch kon ook nog aandacht worden besteed aan meer specifieke sportonderdelen. Zo was STAMM Sport betrokken bij de organisatie van het Drents Sportgala en de Open NK atletiek voor gehandicapten. Kwaliteitsverbetering van de sport stond bovenaan het activiteitenlijstje en voor de Nebas waren de ontwikkeling van de jeugdsport en ondersteuning van de aangesloten verenigingen belangrijke prioriteiten waaraan STAMM Sport een bijdrage leverde. Sport voor ouderen (‘midlifers’) was niet direct een succes, zulks in tegenstelling tot het GALM (Groninger Actief Leven Model)-project waaraan niet minder dan 1.653 ouderen deelnamen. Ook zette STAMM Sport in op het stimuleren van activiteiten voor asielzoekers en vluchtelingen.

Door de bezuinigingen op personeelsgebied was het in 1997 moeilijk om veel nieuwe activiteiten te ontplooien. Toch bleek het overgebleven vijftal vaste medewerkers, geholpen door een drietal ‘losse’ krachten, nog in staat om op een creatieve manier invulling te geven aan de niet geringe opdrachten, die vooral in het teken stonden van achterstands- en aandachtsgroeperingen, waar de provinciale subsidies op waren gericht. In plaats van de sportverenigingen en –bonden moesten de medewerkers van STAMM Sport zich nu vooral bezighouden met activiteiten voor kinderen van de basisscholen, weerbaarheid trainingen voor kinderen, 55-plussers en GALM en allochtonen.

Onderwerpen die ook pasten in de visie van STAMM-directeur Dijkhuis, die in een kort voorwoord in het jaarverslag over 1997 opmerkte dat “STAMM Sport dé organisatie voor sportstimulering in de provincie Drenthe is.” Omdat hij ook signaleerde dat er in het verslagjaar “rust op het personeels- en bezuinigingsfront” was gekomen, mocht van STAMM Sport, dat in L. (Lambertus) Eising inmiddels een nieuwe voorzitter had, een degelijke prestatie worden verwacht. Dat zulks werd gerealiseerd mocht verdienstelijk worden genoemd, gelet op de bezuinigingen die de provincie Drenthe had doorgevoerd. Immers, STAMM Sport kon nog maar beschikken over de helft (800.000 gulden) van het budget van 1993. Om te slagen was het wel noodzakelijk dat niet-kerntaken definitief werden afgestoten en dat minder aandacht werd gegeven aan de sportorganisaties. Het aanvankelijke plan van de provincie om in het kader van de herstructureringsoperatie een apart ‘cluster sport’ in het leven te roepen, werd echter in de ijskast gezet. Koppeling aan STAMM bleef voorlopig de enige optie. Toch werd de discussie over de status van STAMM Sport onverminderd voortgezet. In een tussenbalansnotitie werd onder andere geconstateerd dat “de werkdruk inmiddels veel te hoog was geworden voor de kleine personeelsbezetting en dat slechts een beperkte bediening van de markt kon plaatsvinden.”

Nog belangrijker waren ongetwijfeld andere opmerkingen die beëindiging van STAMM Sport in feite dichterbij brachten: “Bij veel organisaties en mensen leeft sterk het idee dat organisaties als provinciale sportraden niet meer bestaan of worden opgeheven. Veel sportraden in andere provincies hebben een andere naam en inhoud. STAMM Sport is geen serieuze partner voor het IOS (Interprovinciaal Overleg Sportraden) en daarom leeft de vrees voor een eigen structuur. STAMM Sport wordt ervaren als een niet volwaardige zelfstandige organisatie. Er wordt gedacht dat STAMM Sport gefuseerd is met STAMM. Sport heeft geen herkenbaar eigen imago meer en dat is nadelig voor STAMM Sport.”

De conclusie die uit deze discussie werd getrokken lag voor de hand: “Wij willen naar een zelfstandige, herkenbare, slagvaardige, flexibele en bovenal professionele organisatie voor ondersteuning, begeleiding en stimulering van sporters en organisaties. Wij willen een voorlopersrol vervullen.”
Het was duidelijk: STAMM Sport zou moeten worden beëindigd. Op de bestuursvergadering in oktober van 1997 werd voor het eerst gesproken over SportDrenthe. Tien maanden later was de overgang naar SportDrenthe daadwerkelijk een feit. Het bestuur van STAMM Sport werd ook het bestuur van SportDrenthe en bestond uit L.H. Eising (voorzitter), P.J. van der Spek, W. Timmer en M.A.S.S. Dijkman. Alles geschiedde met instemming van de provincie Drenthe, waar inmiddels gedeputeerde A. (Alie) Edelenbosch de sportportefeuille beheerde. Ook zij was het er mee eens dat STAMM Sport op eigen benen zou komen te staan met een eigen identiteit.