De tweede 10 jaar staan voor samenwerking in de sport. Mede omdat de Sportraad Drenthe de zorg voor het Drentse Huis van de Sport op zich nam, bouwde de georganiseerde sport een heus ‘Huis van de Sport’ in Beilen. De samenwerking werd gegoten in een formeel federatief verband, uniek voor die tijd in de provinciale sportstructuren. De Drentse Sport Federatie (DSF) was geboren. Het was een periode waarin sport voor de meeste mensen en dus ook politici nog vooral een prettige vrijtijdsbesteding was. De sportraad is altijd onderhevig geweest aan maatschappelijke invloeden en het was dan ook niet verwonderlijk dat een periode van economische neergang het eind inluidde van deze bloeiperiode.

Hieronder kunt u lezen hoe de bloeifase er uit heeft gezien.

In het jubileumboek kwamen de bestuurs- en directieleden en oud-medewerkers aan het woord. Hun verhalen leest u hier:

Dineke van As | Provinciale bestuurder “Begin van professionalisering”

Henk Praas | Bestuurslid “We kunnen niet zonder SportDrenthe”

Jan van Driel | Bestuurslid “Helaas weg uit Beilen”

Martin Koerts | Bestuurslid “Impulsen en toekomstvisie”

Han van der Veen | Directeur “Met sportraad voorlopersrol vervullen”

Antje Diertens | Medewerker “Bij de sportraad heb ik veel geleerd”

Gerard de Roo | Medewerker “Met de voeten op het veld staan”

Werkplan

Op 1 december 1978 werd het tienjarig bestaan gevierd in het toen vermaarde Asser Bellevue, overigens zonder uitbundige festiviteiten, maar wel met een receptie. In dat jaar werd begonnen met de invulling van een tweejarig werkplan dat ambitie uitstraalde. In het werkplan werden de alsmaar toenemende activiteiten opgesomd: landelijke, provinciale en gemeentelijke adviesfunctie, kaderactiviteiten, medische begeleiding, adviesfunctie accommodatie, sportstimulering en stimulering gehandicaptensport. Taken waar de sportraad in de volgende twee jaren de handen vol aan zou hebben. Duidelijk werd dat de sportraad aan het budget van 290.000 gulden van de provincie Drenthe niet voldoende zou hebben, vooral niet omdat veel uitvoerend werk te wachten stond in het kader van de arbeidsplaatsenplannen als ‘ISP (Integraal Structuur Plan) Noorden des Lands’.

In de begroting werd dan ook een splitsing van de werkzaamheden aangebracht. Sportieve recreatie, gehandicaptensport, sporttechnisch kader en Huis van de Sport kregen extra aandacht. In de loop van het project kwamen daar werkgelegenheidsprojecten als Sportieve Recreatie (SR) bij. Het aantal medewerkers nam in deze jaren gestaag toe. We schrijven 1979, het jaar waarin meer opmerkelijke zaken de revue passeerden. Zo werd intern de zoveelste poging ondernomen om te komen tot een infobulletin. Communicatie en Public Relations (PR) werden immers steeds actueler, vooral toen in dat jaar gestart werd met de spelotheek. Later een mooie bron van inkomsten voor de sportraad.

In het jaar 1979 werden de inwoners van Drenthe, net als in 2008 (TT Circuit), geconfronteerd met geluidshinder, gelet op de nota ‘Geluidshinder opleverende recreatievormen in Drenthe’. De sportraad had toen nog een werkzaam aandeel in het tot stand komen van de nota. Die rol heeft de rechtsopvolger van de Sportraad Drenthe, SportDrenthe, tegenwoordig niet meer.

Het eerder genoemde project Sportieve Recreatie leverde niet alleen vier nieuwe medewerkers bij de Sportraad op, maar hielp bovendien 20 recreatiesportleiders aan werk in het kader van een Werk Verruimende Maatregel (WVM). De Kaderwet Specifiek Welzijn, als initiatief van de rijksoverheid voorloper van huidige projecten als Breedte Sport Impuls (BSI) en Buurt Onderwijs Sport (BOS), was ook gericht op werkgelegenheid en stimulering van sportdeelname. Ook daaraan hadden de sportraadmedewerkers de handen vol. De activiteiten die in dit jaar werden ontwikkeld waren niet het alleenrecht van de Sportraad Drenthe. Collega-sportraden in het land mochten eveneens actief deelnemen aan de invulling van alle plannen die op hen af kwamen. De Sportraad Drenthe kon evenwel van zichzelf zeggen dat zij, met name in het noorden, voorop liep in een aantal opzichten. Zo functioneerden in Drenthe het Huis van de Sport en het Sport Medisch Adviescentrum (SMA) eerder dan elders.

Opheffing

Die voorlopersrol bleek ook in 1980 toen in het kader van ISP/STK 12 sportleiders werden aangesteld bij verenigingen in Drenthe en de sportraad in samenwerking met een vertegenwoordiger van het toenmalige ministerie van CRM met de invulling, begeleiding en evaluatie belast was.
Het bestuur van de sportraad stak in 1980 veel energie in het ontwikkelen van plannen om te komen tot een Sport Service Centrum in Beilen. Pas tegen het einde van het jaar kwamen gunstige berichten door: voor de bouw van het centrum, begrote kosten 2.4 miljoen gulden, mochten de bestuurders in ieder geval rekenen op subsidies van het ministerie van CRM en van de Sporttotalisator. Het echte werk kon dus eindelijk beginnen.

Het jaar daarop stond dan ook geheel in het teken van de bouw van het Sport Service Centrum, maar ook de ombouw van de Sportraad Drenthe naar de Drentse Sport Federatie (DSF) vroeg veel energie. De discussienota ‘Op weg naar de DSF’ beheerste in 1981 voor een belangrijk deel de agenda van de bestuursvergaderingen. Gemakkelijk waren die discussies niet. Moest de DSF wel een adviesorgaan van de overheid worden? Moet het Meer Bewegen voor Ouderen (MBvO) onderdeel worden? En moeten de SMA’s zelfstandig blijven? Zo maar enkele prangende vragen waarop in de loop van dat jaar een antwoord moest komen. In mei van 1981 kwam het eindvoorstel voor een geherstructureerde DSF op tafel. Het doel was één organisatie die een particulier stempel kreeg, belangenbehartiger van de bonden was en diensten verleende aan de aangesloten leden. De herstructurering betekende de officiële opheffing van de Sportraad Drenthe, de Stichting Gehandicaptensport Drenthe, het Huis van de Sport en de Stichting STK.

De nieuwe organisatie ontwikkelde een pakket werkzaamheden waarmee men in de volgende jaren volop uit de voeten zou kunnen. Naast de ‘normale’ interne taken ging de aandacht vooral uit naar sporttechnisch kader, administratief organisatorisch kader, competitiezaken, ledenadministratie, secretariaats- en financiële werkzaamheden voor provinciale bonden, contacten met plaatselijke overlegorganen, recreatiesport/sportieve recreatie, spelotheek, sport voor ouderen, jeugdsport, onderwijs- en schoolsport, gehandicaptensport, sportgezondheidszorg, et cetera.

Financiering van dit omvangrijke pakket werd mogelijk door bijdragen van bonden, gemeenten, het ministerie van CRM, de Stichting Nationale Sporttotalisator, Stichting STK, de provincie Drenthe en het Huis van de Sport. Belangrijk was dat de spelotheek voor een groot deel zorgde voor dekking van eigen kosten. Officiële oprichting van de DSF vond plaats op 15 december 1983. In 1984 was de begroting van de DSF voor enkele leden van de Provinciale Staten van Drenthe aanleiding voor het maken van notities. De kritische statenleden vroegen zich een aantal dingen af:
• Waarom is de bijdrage van de gemeenten zo laag?
• Waarom betalen de bonden zo weinig?
• Hoe staat het met de herstructurering?
Vragen waar een afdoend antwoord van de zijde van de DSF op kwam, dat echter niet kon voorkomen dat provinciale bezuinigingen werden afgekondigd. De DSF moest in dat jaar 120.000 gulden bezuinigen.

Personeelsbestand

Intussen was het personeelsbestand van de DSF behoorlijk gegroeid. Op 1 januari 1984 bedroeg het aantal werknemers in DSF-verband 21. De mannen en vrouwen waren verdeeld over alle sectoren van het werkveld. Het waren ook deze werknemers die op 23 maart 1984 getuige waren van de opening van het prachtige Sport Service Centrum Drenthe in Beilen door de toenmalige gedeputeerde en latere burgemeester van Assen, D. (Dineke) van As-Kleiwegt.

In dit fraaie gebouw gedijde de DSF voorspoedig, maar toch waren er al snel tekenen die er op wezen dat de financiering van de accommodatie op den duur wel eens een probleem zou kunnen worden. Ook de opstelling van de bonden, waarvan het personeel in dienst kwam van de DSF –het Huis van de Sport werd per 1 januari 1985 opgeheven– was na aanvankelijk enthousiasme na verloop van tijd minder positief. In 1985 maakte de provincie bekend dat er in het vervolg minder geld beschikbaar zou zijn en dat naast de invoering van de 38-urige werkweek alleen nog banen voor 32 uur zouden worden gesubsidieerd. Bovendien werd een korting op de bruto salarissen toegepast omdat de provinciale regeling moest worden gevolgd. Daarmee waren in feite de eerste voorzichtige bezuinigingen aangekondigd en dreigde de DSF weer te belanden in een situatie die door de jaren heen zo herkenbaar was geworden: opbouwen en bezuinigen. Toch viel de schade aanvankelijk nogal mee. Dat kwam vooral omdat het Sport Service Centrum op volle toeren draaide met niet minder dan 40 mensen, in dienst bij de DSF en afkomstig van de deelnemende bonden KNVB, NHV, KNKV, KNZB, NBB, KNLTB, KNGV en NeVoBo.

Er werd met name door de bonden veel gebruik gemaakt van de vergaderruimten, die tegen betaling konden worden gehuurd. Een inventarisatie leert dat in het eerste jaar na de opening van het Centrum 875 vergaderingen en besprekingen werden gehouden, 45.000 kopjes koffie werden geschonken en 8.000 “flesjes fris” werden genuttigd.

De herstructurering had er ook toe geleid dat de Stichting STK gelieerd werd aan de DSF. De stichting, die onder andere tot doel had de loonadministratie te verzorgen van verenigingen, waarvan een deel van het technisch kader op de loonlijst van de stichting stond, groeide. Aanvankelijk waren de gymnastiekverenigingen de belangrijkste participanten. In de nieuwe constructie traden ook verenigingen uit andere takken van sport toe. In 1984 bedroeg het totaal aantal aangesloten verenigingen 120 en het aantal sportleiders 154. Zij waren behalve uit de gymnastiek afkomstig uit tennis, judo, voetbal, badminton en volleybal. Uiteraard ging het hier om betaalde functies.

Bokkie

Het heeft enige tijd geduurd, maar daar was ie dan: BOKKIE, het blad van de eerste echte personeelsvereniging BOK (Bevordering Onderlinge Kontakten) voor het personeel van de DSF. Daarmee zou een grote behoefte zijn ingevuld. Helaas kenden de vereniging en het blaadje niet zo’n heel lang leven. Na korte tijd van ‘hortend en stotend’ actief zijn moesten de personeelsleden weer op een andere manier kennisnemen van de ‘leuke’ dingen in de werkomgeving zoals de Sinterklaasviering, het borreluurtje, de dropping en het volleybal. Maar BOKKIE was het proberen waard geweest! Voor de externe contacten zag SPORT MEDIO het levenslicht, maar deze communicatiebron legde uiteindelijk door geldgebrek het loodje.

Verwoede pogingen werden nog ondernomen om het personeel dat in het kader van MBvO les gaf onder te brengen bij de Stichting STK, maar Opbouw Drenthe stak daar een stokje voor.

Aansprekende evenementen

Een vergelijking met de periode 1998-2008, waarin grote evenementen als het WK atletiek voor gehandicapten en de start van de Vuelta (de Ronde van Spanje), werden georganiseerd, dringt zich op als in 1985 de toenmalige Commissaris van de Koningin, A.P. Oele, wil dat de DSF aansprekende evenementen naar Drenthe haalt. In latere jaren zou dat ook gebeuren, ook al was de DSF meestal niet alleen verantwoordelijk voor de organisatie.

Duidelijk was evenwel dat de DSF qua aanzien als organisatie in de lift zat en dat bleek ook wel uit de ontwikkelde activiteiten. Een overzicht van die ontwikkelingen:
• De DSF voegde een nieuwe taak aan het dienstenpakket toe: de audiovisuele afdeling.
• De eerste computers werden geïnstalleerd.
• Het arbeidsplaatsenplan ISP Noorden des Lands maakte de aanstelling van 18 mensen bij de DSF, de bonden en de gemeenten mogelijk.
• Gepoogd moest worden om de Paralympics ’92 naar Drenthe te halen. Mocht dat niet lukken, dan zouden de Wereldspelen 1990 daarvoor in de plaats moeten komen.
• De Stichting Gehandicaptensport Drenthe werd opgeheven, maar de werkzaamheden gingen door onder de vleugels van de DSF.
• Het project Sportstimulering werd toegewezen waardoor extra aandacht aan woonwagenbewoners kon worden besteed.
• Voor het eerst werden bonden gepolst over de belangstelling voor een provinciaal sportgala.

In het najaar van 1985 vroeg een discussie over de positie van de Stichting STK de aandacht. Overigens was dit een landelijk probleem, waarbij de rol van de stichting van (wel of niet oneigenlijke) werkgever (voor sportleiders die bij verenigingen werken) discutabel werd geacht. Tot op de dag van vandaag is er nog geen definitief uitsluitsel over dit ‘fenomeen’ afgekondigd.

Nieuwe landelijke beweegactie

Evenals in eerdere jaren werd in 1986 weer een landelijke beweegactie georganiseerd, waarin Drenthe natuurlijk niet ontbrak. De DSF tekende ook nu voor de organisatie van ‘Sport, zelfs ik doe het’. Jeugdsport, sport overdag, een ‘doemanifestatie’, de jeugdsportpas en plaatselijke stimuleringsprojecten markeerden deze nieuwe actie, die voor volop werk bij de DSF zorgde.
In dit jaar vond de oprichting plaats van de Werkgevers Organisatie in de Sport (WOS) waarvan de DSF lid werd. Deze oprichting sloot aan bij de toen algemeen heersende gedachte dat de sport professioneler moest worden georganiseerd. De Beraadsgroep Professionaliseringsvraagstukken in de Sport (BPS), met als voorzitter de Drentse (toen) oud-gedeputeerde Huizinga, vond dat er op alle niveaus in de sportwereld plaats moest zijn voor beroepsarbeidskrachten. Het zou moeten gaan om de invulling van in totaal 3.750 arbeidsplaatsen bij gemeenten (3.400), provincies (300) en landelijk (50). Ook Drenthe zou zijn deel moeten krijgen. Helaas is het nooit tot uitvoering van deze mooie plannen gekomen. De intenties waren er, maar het benodigde geld niet. Het tegenovergestelde dreigde zelfs te gebeuren, want de arbeidsplaatsen ISP/STK/AOK liepen af. Het betrof personeel van de bonden en vijf medewerkers van de DSF. Het jaar daarop werd een andere zorgelijke inschatting jammer genoeg werkelijkheid, toen de provincie een ombuigingsbeleid aankondigde.

Volop activiteiten

De bomen leken tot in de hemel te groeien, in die latere tachtiger jaren. De DSF telde 28 ‘eigen’ medewerkers en 14 bondsmedewerkers. De onderwerpen waar men zich onder meer mee bezighield waren: sport overdag, jeugdsport/schoolsport, sport en minderheden, 35-plussers, vrouw en sport en spelotheek-uitleen.

Het activiteitenprogramma zag er tevens overvol uit met onder andere: triatlon, rolstoeltennis, rolstoelbasketbal, rijwielvierdaagse, voetbal voor mensen met een verstandelijke beperking, bowling en goalbal voor mensen met een visuele beperking.

Daarnaast bleef het bestand van de Stichting STK groeien. Zo waren er op dat moment 125 verenigingen en 163 sportleiders (trainers) ingeschreven.